Halsbandparkieten na een weekje sneeuw en ijs nu op ‘noot-rantsoen’

Foto: Ton van Steijn

Het weer van de afgelopen weken moet niet echt een feestje zijn geweest voor de halsbandparkieten, die inmiddels een vaste plek innemen in onze Nederlandse vogelwereld. Van origine komen de felgekleurde vogels uit Centraal-Afrika en Zuid-Azië. Maar om een of andere duistere reden lijken ze het bij ons toch prima naar de zin te hebben. Gisteren, op de warmste 21 februari aller tijden, lieten ze zich weer volop zien.

De halsbandparkieten: ooit kwamen ze bij ons het land binnen als volièrevogels, maar nadat er blijkbaar een aantal aan hun baasjes waren ontsnapt lijkt er geen houden meer aan. De diertjes blijken behept met een indrukwekkende paringsdrang  waardoor het aantal halsbandparkieten in Nederland inmiddels is opgelopen tot ongeveer tienduizend, vooral geconcentreerd in en om de Randstad.

Dat aantal neemt naar schatting met ongeveer 20% per jaar toe, en het lijkt een kwestie van tijd dat deze groene exoot een koppositie gaat veroveren bij de landelijke vogeltelling, waar nu nog steeds de huismus onaantastbaar aan kop gaat. Dat heeft alles te maken met het feit dat deze exoot geen natuurlijke vijanden kent en daarbij in de drukbevolkte Randstad volop voedsel kan vinden.

(foto’s: Ton van Steijn)

Zelfs in deze tijd van het jaar lijken ze niets te kort te komen. Weliswaar hangt er nog geen fruit aan de bomen, iets waar de echt gek op zijn, maar ze halen hun neus (lees: snavel) ook niet op voor zaden en noten. En ja, wij vogelliefhebbers, zijn nu eenmaal zo betrokken bij het lot van onze gevleugelde vriendjes dat we onze tuinen volhangen met zaadbollen, pindaslingers en zakjes met noten, dat alles om alles wat vliegt de winter door te helpen.

Dat we daarmee die vrolijke en kleurrijke exoot een leven geven als ‘een luis op een zeer hoofd’ mag duidelijk zijn. Is dat verkeerd? Voor mij als vogelliefhebber niet, maar voor menig fruitkweker is het een pure nachtmerrie. Halsbandparkieten houden namelijk niet zómaar van fruit, nee, van halfrijp fruit, vers van de boom. Daar komt bij dat ze de onhebbelijke eigenschap hebben om een stuk fruit niet helemaal op te eten, maar telkens na een paar happen over te vliegen naar een volgende vrucht om die aan te vreten.

Netten over de fruitbomen (foto: Wim Meijer Fotografie)

Fruitkwekers proberen dan ook van alles, variërend van het inzetten van een valk of zelfs een nep-havik tot spannen van hele netten over de bomen. Toch lijkt niets de opmars van de brutale groene rakker te kunnen stoppen.

We zullen ons dus moeten neerleggen bij een vaste plek voor de halsbandparkiet in onze vaderlandse natuur en voorzichtig hopen dat de dag komt dat ze hun ‘maag vol hebben’ van al die appels en peren. En in die tussentijd kunnen we in ieder geval genieten van vogels in onze tuinen die in ieder geval het aanzien dubbel en dwars waard zijn.

Reacties