HAARLEM - De Grote of St.-Bavokerk aan de Grote Markt in
Haarlem organiseert op 4 oktober, Werelddierendag, een ode aan diersoorten die
sinds de laatste eeuwwisseling zijn uitgestorven. De namen van tientallen
verdwenen diersoorten, waaronder de dunbekwulp en het duingentiaanblauwtje,
worden één voor één uitgesproken. Bij iedere naam zal de kerkklok luiden.
De ode wordt gecombineerd met ‘Wij leefden hier’, een
initiatief van het Noord-Hollands Archief. In aanloop naar 4 oktober kunnen
bezoekers in een van de kapellen van de kerk hun hoop en wanhoop over
klimaatverandering en het verdwijnen van diersoorten opschrijven en ophangen in
een grote houten boom.
Op 4 oktober laat harpiste Beate Loonstra zich door een
aantal van deze boodschappen van hoop en wanhoop inspireren. Zij speelt
geïmproviseerde muziek waarin de reacties van bezoekers een plek krijgen. Ook
dichter Fred Hopman, verbonden aan de Haarlemse Dichtlijn, draagt tijdens de
ode een eigen gedicht voor over het verdwijnen van diersoorten.
“Op Werelddierendag staan we gezamenlijk stil bij de dieren
waarmee we het leven op aarde delen. Dat doen we al ruim honderd jaar,” zegt
initiatiefnemer Jonas Danen. “Maar de afgelopen decennia gaat het slecht met de
biodiversiteit en daarmee ook met veel diersoorten.” Dominee Willemijn van
Dijk-Heij vult aan: “Sinds het begin van de 21ste eeuw zijn er veel soorten
verdwenen. Tegelijkertijd verandert het klimaat drastisch door toedoen van de
mens. Dat hebben we deze zomer zelf ook heel duidelijk gemerkt, met bosbranden
en hoge temperaturen.”
Volgens de dominee wordt steeds duidelijker dat de mens geen
losstaand onderdeel van de wereld is, maar onderdeel van de natuur. “In wezen
is er geen kloof tussen mens en natuur. Toch ervaren we dat vaak wel zo. Deze
ode is een ritueel dat kan helpen om ons weer verbonden te voelen met de
natuur.” Het erkennen van gevoelens van schuld en verdriet kan volgens haar
helpen om die ervaren kloof te verkleinen. “Het eren van uitgestorven dieren
kan daar een bijdrage aan leveren.”