Zwaartekracht

Mirjam Hildebrand.
Foto: Hans Guldemond Photography

Hoe denken en praten hoogbegaafde jonge kinderen? Columniste en psychologe Mirjam Hildebrand beschrijft treffend een bijeenkomst van ‘knappe koppies’ van 4 tot en met 7 jaar.

De spanning was bij aanvang te voelen bij de zeven kinderen in speeltuin Ramplaankwartier. Strakke mondjes en afwachtende blikken. Sommige moeders gingen nog even mee naar binnen.

Ook mijn wangen gloeiden en mijn mond was een beetje droog, maar het was fijn om contact te maken met alle verschillende kinderen in de ruimte. Ze hebben allemaal hun eigen manier van omgaan met nieuwe dingen. Na het uitzwaaien van de ouders deden we een kennismakingsspel met de bal. Namen werden onthouden en zo konden we steeds wat sneller met de bal gooien.

Zwaartekracht

Toen werd het tijd om de zwaartekracht te ervaren. In tweetallen gingen ze om de beurt op hun kop hangen. ‘Wat voel je nu?’ De meeste kinderen wisten te vertellen dat het zwaar werd. En dat het bloed naar hun hoofd stroomde. Het is de zwaartekracht die aan je trekt. De zwaartekracht wil je altijd naar de grond toe hebben.  Maar wat is dat nou zwaartekracht?

Aan tafel luisterden de kinderen eerst naar een verhaal over een jongen die een dutje ging doen onder een appelboom. De appel viel op zijn hoofd. ‘Waarom valt de appel eigenlijk niet omhoog?’ Daar wist Boudewijn een goed antwoord op. ‘De appel hangt aan het takje en het takje houdt de appel dan niet meer goed, omdat de appel groeit.’

Zweven

‘Maar hoe komt het dan dat het takje de appel niet meer houdt en dat de appel naar benéden valt?’ Kasper riep dat dit komt doordat het te zwaar wordt omdat de zwaartekracht de appel naar de grond wil hebben. Sem knikte. ‘Ja, zwaartekracht is eigenlijk niet alleen van de aarde. Maar ook van de ruimte. In de ruimte kun je zweven, want daar is geen zwaartekracht.’

Zo ging het gesprek nog even door, waarbij sommige kinderen oplettend luisterden en anderen elkaar aanvulden. Op een tekening van de jongen onder de appelboom mochten de kinderen alles omcirkelen dat te maken had met zwaartekracht. Dat ging goed en Vlinder maakte een gebaar met haar handen waaruit bleek dat het blaadje op een andere manier naar beneden valt dan de appel. Hoe komt dit? Ze wist uit te leggen dat het komt omdat het blaadje lichter is. Later in een proefje zouden de kinderen dat nog gaan zien.

Aardbol

Toen kwam er een teken-opdracht. Stap voor stap een nieuw symbooltje maken op de al voorgetekende aardbol. Zo leuk om te zien, en ik had ook eigenlijk niet anders verwacht van deze kinderen, is dat ze het lekker op hun eigen manier doen. Het jongetje wordt toch een meisje of de paraplu wordt op de kop getekend. Wat leerden ze met het tekenen? Dat de regen altijd naar de aarde toevalt en dat een kind dat op de ‘onderkant’ van de aarde leeft er niet afvalt omdat zwaartekracht bestaat.

Tijd voor nieuwe actie. De kinderen mochten om de beurt over een touw heen springen dat op 1 meter afstand lag. ‘Leg het touw maar op 1 meter…’ Dat ging goed. En dan de sprong. Voor iedereen prima te doen en ze kwamen er zelfs ver overheen. ‘Wat heb je nodig om te kunnen springen?’

Spelenderwijs

Ik zag de denkende kopjes en de houdingen als een kikker. ‘Je moet zo door je knieën gaan.’ ‘Aha en wat gebruik je in je lijf om door je knieën te kunnen gaan?’ ‘Je spieren!’ riepen Sem en Mason. Ze leerden met het springen spelenderwijs dat je met dezelfde spierkracht waarmee je op de aarde een meter vooruit springt, je op de maan wel zes meter ver komt. Dat mochten ze zien. Hoe ver die zes meter was. Dat was gek. Voor de astronauten op de maan voelde het dus net alsof ze op een trampoline sprongen.

Vervolgens mochten de kinderen verspringen en elkaar afstanden opmeten. Een leuk klusje dat eerlijk gebeurde. Iedereen mocht voor iemand opmeten. Mason kwam met een inventieve actie en sprong met een sliding. Hij vond dat zijn meetmaatje moest meten tot waar zijn handen waren gekomen. Daar moest ik om lachen en heb gezegd dat ik het heel goed gevonden vond. Vervolgens hebben we gestemd of het officieel mocht meetellen of niet. Zo werd zijn actie leuk gevonden maar afgekeurd. Dat vond Mason niet erg en zo sprong hij in zijn tweede poging nog steeds met plezier.

Computerspelletjes

In de pauze werd er gedronken, druiven en van zelf meegebracht eten gegeten. Er werd voluit gepraat over, ik geloof, computerspelletjes en tv-programma’s, maar ik moet bekennen dat ik het allemaal niet goed gevolgd heb. Ook omdat ik niet alles ken van wat er voorbij kwam. Vervolgens bespraken we aan tafel de gesprongen afstanden en lazen we uit een tabel af hoe ver dit op een andere planeet zou zijn geweest, met dezelfde spierkracht. Vooral Sem wist veel planeetnamen.

Na de pauze deden we nog een aantal experimenten met betrekking tot zwaartekracht. Boudewijn mocht in de proef met het boek en het blaadje assisteren. Deze taak nam hij serieus. Even later deden we een proef met een muntje op je elleboog. Lily mocht het als eerste voordoen en uitproberen. Ze had een inventieve oplossing om het muntje in haar hand te krijgen. Daarna oefenden alle kinderen om het muntje in hun hand te krijgen. Ook weer een echte zwaartekracht-proef, want je spieren moeten nu sneller zijn dan de zwaartekracht. Het lukte onze jongste deelnemer, Kato.

Groepsyell

We bespraken de bijeenkomst in een kring op de grond na. Wat vonden ze leuk en wat minder leuk? Daarna werd er afgesloten met een zelfbedachte groepsyell. Die werd: alle handen op elkaar en dan bij het omhoog gaan de kreet ‘Tot volgende week!’. Daarna renden de kinderen de hal op, om hun ouders te vertellen hoe het was. En sommige kinderen werden gelijk slingeraapjes in de speeltuin.

*Alle namen zijn vervangen door fictieve namen.

Kijk ook op: psychologiepraktijkhildebrand.nl

 

Reacties