Een bezoek aan het ziekenhuis kan voor een kind met
Downsyndroom al snel betekenen dat meerdere specialisten nodig zijn. Op de
Upside Down polikliniek van het Spaarne Gasthuis worden die afspraken daarom
zoveel mogelijk samengebracht. Jaarlijks begeleidt het team ongeveer 50 tot 60
kinderen. De poli is nu erkend als STZ Topklinisch Expertisecentrum voor
Downsyndroom.
Voor kinderen en ouders betekent dat in de praktijk vooral:
zo min mogelijk losse afspraken en zoveel mogelijk zorg rondom één kind, op één
moment. Kinderarts en decaan Peter de Winter: “We kijken niet alleen naar een
medische uitslag. We willen weten hoe een kind zich ontwikkelt, hoe het thuis
en op school gaat en waar ouders tegenaan lopen. Pas als je dat allemaal bij
elkaar brengt, kun je echt goede zorg bieden.”
De Upside Down poli bestaat inmiddels ongeveer vijftien
jaar. In die tijd is de zorg uitgegroeid tot een breed multidisciplinair
aanbod. Kindergeneeskunde, KNO, oogheelkunde, logopedie, kinderfysiotherapie,
ergotherapie en psychologie zijn structureel betrokken. Als dat nodig is,
sluiten andere specialisten aan, zoals kindercardiologie, kinderrevalidatie,
endocrinologie en kinderorthopedie.
Eén bezoek, één plan
Kinderen met Downsyndroom hebben vaak op meerdere gebieden
tegelijk extra zorg of controles nodig. Dat kan gaan om horen en zien, groei,
motoriek, communicatie of andere medische problemen. Op de poli worden die
onderdelen zoveel mogelijk tijdens één bezoek gecombineerd.
De kinderarts houdt het overzicht en brengt de bevindingen
van de verschillende zorgverleners samen in één behandel- en begeleidingsplan.
Kinderen worden daarnaast minimaal jaarlijks gescreend op aandoeningen die
vaker voorkomen bij Downsyndroom. Ook kinderen van buiten de regio worden naar
de poli verwezen. Juist deze manier van samenwerken is een belangrijk onderdeel
van de topklinische erkenning.
De Winter: “Voor gezinnen is het prettig als je niet steeds
opnieuw je verhaal hoeft te vertellen en als zorgverleners van elkaar weten wat
er speelt. Dat klinkt misschien vanzelfsprekend, maar bij kinderen die veel
verschillende zorgverleners zien, maakt dat echt verschil.”
Luisteren naar wat kinderen aankunnen
De poli probeert de zorg ook minder belastend te maken. Een
voorbeeld daarvan is onderzoek naar slaapapneu. Normaal kan daarvoor uitgebreid
slaaponderzoek nodig zijn, wat voor sommige kinderen intensief is.
Het team test daarom nachtelijke zuurstofmetingen thuis. Het
kind kan daarbij gewoon in zijn eigen bed slapen. De meting moet helpen om
beter te bepalen bij welke kinderen uitgebreider slaaponderzoek daadwerkelijk
nodig is. De aanpak wordt na twintig kinderen geëvalueerd en bij een deel
vergeleken met uitgebreid slaaponderzoek.
“Veel verbeteringen beginnen bij wat ouders ons vertellen,”
zegt De Winter. “Als zij aangeven dat een onderzoek heel belastend is voor hun
kind, kijken wij of het anders kan zonder concessies te doen aan de kwaliteit
van zorg.”
Ouders voelen zich gehoord
Dat ouders zich betrokken voelen, blijkt ook uit een enquête
uit 2026 onder dertig ouders. Van hen beoordeelde 97 procent het bezoek met een
4 of 5 op een vijfpuntsschaal. Eveneens 97 procent gaf aan zich gehoord te
voelen en zou de Downpoli aanbevelen.
Tegelijkertijd gebruikt het team de enquête nadrukkelijk om
verbeterpunten te vinden. Ouders vroegen onder meer aandacht voor de planning
van afspraken, betere aansluiting van oogheelkundige controles en een
duidelijkere voorbereiding op de overgang naar de volwassenenzorg.
De Winter: “Zo’n hoge waardering is natuurlijk heel mooi.
Maar minstens zo belangrijk is dat ouders ons vertellen waar het beter kan. Zij
kennen hun kind het beste.”
Erkenning voor jarenlange ontwikkeling
De Upside Down poli werd op 2 oktober 2026 officieel erkend
als STZ Topklinisch Expertisecentrum. De beoordelingscommissie concludeerde dat
aan alle criteria wordt voldaan en sprak expliciet waardering uit voor het
centrum.
Naast patiëntenzorg speelt ook kennisontwikkeling een
belangrijke rol. Het team draagt bij aan de landelijke richtlijn voor kinderen
met Downsyndroom, doet onderzoek en deelt kennis via onderwijs, publicaties en
bijeenkomsten. Ook wordt samengewerkt met Stichting Downsyndroom, huisartsen,
jeugdgezondheidszorg en regionale zorgverleners.
“De erkenning is een waardering voor het hele team”, zegt De
Winter. “Maar uiteindelijk gaat het niet om het predicaat aan de muur. Het gaat
erom dat een kind en zijn ouders merken dat mensen samenwerken, naar hen
luisteren en samen proberen de zorg steeds een beetje beter te maken.”
Als STZ-ziekenhuis combineert het Spaarne Gasthuis
gespecialiseerde patiëntenzorg met opleiding, onderzoek en innovatie. Een STZ
Topklinisch Expertisecentrum richt zich op hooggespecialiseerde,
multidisciplinaire zorg voor een specifieke patiëntengroep.