Valentijnsdag in Haarlem: dit is ProefParks eigen liefdeskoppel

Elsbeth en WIm.
Foto: haarlemnieuws

Wim Tromp wijst op de foto die hij van Elsbeth Bürgi maakte op de eerste dag dat ze elkaar zagen. Haarlem Jazz op het Nieuwe Kerksplein, augustus 2013. ,,Kijk dan naar haar. Dat zegt toch alles. Zij triggerde mij meteen.”

What els.

Elsbeth verkoopt op dat moment vanuit Zuid-Limburg worsten vanuit haar ‘karretje’ zoals zij die zelf noemt. Een voormalige loempiakar met oorspronkelijk joekels van hamburgerstickers erop die zij met nephout ombouwt tot een gezellige, Duits aandoende chalet op wielen. Op de bewuste foto die Wim die zomeravond maakte, poseert ze in haar typerende jurkje, met aan haar zijde haar zoon en haar broer Caspar.

Hotkitchen

Caspar woont in Haarlem. Hij is cateraar en eigenaar van Hotkitchen en beroemd als huiskok van televisieprogramma Koffietijd. Caspar vroeg haar een keer te helpen met verkopen op een artfair in Rotterdam en Elsbeth kreeg de smaak zodanig te pakken dat ze in de trein terug dacht: ik wil op de markt gaan staan. Met een karretje. ,,Ik woonde in Limburg en daar eet men veel worst. Bovendien ben ik half Zwitsers en ik ben erg van de bratwurst. Ik dacht: ik wil goede worsten verkopen. Dat werden worsten van biologisch vlees van graanvarkens uit de Dordogne.”
Haar broer brengt Elsbeth op het idee eens naar Haarlem Jazz te komen met What Els, dan net een maand oud. Daar op het Nieuwe Kerksplein koopt Wim het ene worstje na het andere en maakt steeds een praatje. Ook vertelt hij zijn vrienden voor zijn interesse in Elsbeth. Als ze langsloopt, vragen zij plagend of ze zin heeft met Wim naar het Kantoortje te gaan. ,,Wim?”, vraagt ze. ,,Wie is Wim?” Want ze had alleen zijn achternaam onthouden. ,,O, hij. Meneer Tromp.” Bij die vrienden is dat tot op de dag van vandaag een running gag: Wim? Wie is Wim? ,,En ’t Kantoor is nu ons stamcafé geworden.”

Elsbeth en WIm.

What Els komt terug in Haarlem voor ProefPark en later het Bloementapijt. Aan het einde van die dag, wanneer het pijpenstelen regent, beseft Elsbeth dat ze pas weer over een jaar of zo terug zal zijn in Haarlem. Ze zit in haar Volvo terwijl ze haar karretje naar de stalling heeft gebracht. Ze heeft veel aandacht van mannen bij haar foodtruck. En dat ze worsten verkoopt, werkt schunnige opmerkingen nogal in de hand. Maar die aandacht van mannen deed haar niets. Maar nu, met Wim, is dat anders.
Uiteindelijk neemt ze met rode koontjes op de wangen contact met hem op. ,,Waarom hij wel? Hij gedroeg zich niet als een haantje. Hij was afwachtend, bescheiden en mysterieus.” Sinds de avond van het Bloementapijt hebben ze geregeld contact. Inmiddels wonen ze samen in het centrum van Haarlem.
Wim werkt als projectleider in de gezondheidszorg, maar droomt van een carrière met koken, muziek en kunst. Onlangs exposeerde hij met zijn aquarellen (van onder andere Haarlem) in Museum Haarlem. ,,Je kan me inmiddels beroepsschilder noemen.” Samen doen ze geregeld catering voor groepen en dan werken ze uitstekend samen. Elsbeth droomt nu van een worstenluik in Haarlem, zoals zij dat noemt. Een worstententje op een vaste plek in het centrum dat ze verder uit kan bouwen.
Proefpark Wintereditie.
En vanaf vanmiddag vier uur kan Wim in zijn woonplaats weer terecht bij What Els. Een naam met een bijzondere geschiedenis. Ze had net het karretje toen ze op bezoek was bij de buurmaan die ernstig ziek was en op bed lag. Vanuit die kamer was er zicht op de foodtruck op de oprijlaan. Terwijl de buurman aan zijn laatste dagen bezig was, kwam het gesprek op welke bedrijfsnaam Elsbeth moest gaan voeren. Buurjongen Vincent had de eer om onder die bijzondere omstandigheden de frivole naam What Els te bedenken.
Wim zal dit weekeinde niet alleen maar in de rij staan voor een worstje en om haar aandacht te vragen. Ook al heeft Elsbeth speciale Valentijnsaanbiedingen: Valentino’s, met eigengemaakte Salsasaus. Wim gaat zaterdag in het voormalige pand van onder meer bakkerij Van Vessem aan de Hendrik Figeeweg 3f in de Waarderpolder live een enorme aquarel schilderen tijdens Proefpark.

Reacties