Openhartig interview met Haarlemse burgemeester Jos Wienen

Foto: Charles Duijff

Vrijdagochtend 11 oktober 2019 had ik een interview met burgemeester Jos Wienen van Haarlem. Het werd een openhartig gesprek met de burgervader, die trots vertelde dat hij recent opa werd van kleinzoon Juda.

Interview en foto’s Charles Duijff

De vroege jeugdjaren

Uw wieg stond in het Zuid Hollandse Ridderkerk, geboren in 1960. U werd later raadslid en wethouder in Ridderkerk, dus ik neem aan dat u daar gedurende uw gehele jeugd woonde?  

Ja dat klopt. Alleen toen ik ging studeren verbleef ik ook enige tijd in Utrecht en De Bilt.

Hoe zag het uw ouderlijk gezin eruit?

Vader, moeder en een jongere broer en zus. Mijn vader was huisarts. Mijn moeder werkte mee in de praktijk, het was eigenlijk een tweemans-bedrijfje zou je kunnen zeggen. Het woord ‘bedrijfje’ is eigenlijk niet passend, want het was echt zo’n ouderwetse huisartsenpraktijk, waar de huisarts een nauwe relatie heeft met zijn patiënten.

Was het een religieus gezin en wellicht ook streng wat dat betreft?

We waren zeker een religieus gezin. Het woord streng zou ik daaraan niet willen geven. Het ging wel diep. God en geloof waren niet op afstand, maar heel erg dichtbij. Bij ‘streng’ dan denk je: ‘dit mag niet en dat mag niet’. Dat was niet de sfeer bij ons. De sfeer was: ‘je leven is heel erg omgeven door de werkelijkheid van God’

Opleiding

Wat was uw middelbare-schoolopleiding?

Ik volgde een Vwo-opleiding met Latijn. Geen Gymnasium dus.

U studeerde geschiedenis en theologie in Utrecht. Spoorden uw ouders u aan, of waren dat uw eigen keuzes?

Dat waren echt helemaal mijn eigen keuzes! Toen ik op middelbare school zat leek het me boeiend om theologie te gaan studeren. Vanuit mijn achtergrond thuis vond ik dat bijzonder interessant. Ik had bijvoorbeeld vragen als: ‘hoe zit dat nou precies’ en ‘waar komt dat dan vandaan’… Alleen, het enige wat ik me kon voorstellen van wat je uiteindelijk kon gaan doen met die studie, was predikant worden. Ik wist niet of ik dat wilde en daartoe geroepen was. Zo beleefde ik dat toen en ik besloot die studierichting toch maar niet te gaan doen.

De tweede studiekeus was eigenlijk zo voor de hand liggend. Ik ben vanaf toen ik klein was dól op geschiedenis. Ik las daar altijd over en ik wist daar op vroege leeftijd al best heel veel van af. Dus ik dacht: ‘Als het dan geen theologie wordt dan vanzelfsprekend geschiedenis!’ Pas drie jaar later ben ik me af gaan vragen: ‘Ja, wat wil ik daar eigenlijk mee worden?’ Die vraag stelde ik me niet bij aanvang van de studie geschiedenis. Ik begon eraan omdat ik het zo leuk vond!

Overigens na een jaar kwam ik er achter dat geschiedenis weliswaar een hele leuke studie is, maar er waren weinig colleges. Het was vooral veel lezen en schrijven, soms werkgroepen en hoorcolleges maar geen vast wekelijks programma. Ik dacht toen theologie er wel bij te kunnen gaan doen. Daarvoor was het verplicht eerst Grieks te gaan studeren. Dat heb ik gedaan en daarna ben ik dus alsnog theologie gaan studeren.

Heeft de studie theologie uw persoonlijke kijk op religie veranderd ten opzichte van wat u tijdens uw jeugd over geloof heeft meegekregen?

Nou, niet door deze studie. Misschien is mijn geschiedenis ook wel een beetje atypisch. Ik ken een heleboel mensen die een hekel hebben aan de kerk en die kwamen ook een beetje los te staan van het geloof.  Door dogma’s?  Nee, omdat ze het gewoon niet meer leuk vonden om naar de kerk te gaan en als je niet meer gaat dan vervreemd je gewoon.

Bij mij was dat niet zo. Ik vond naar de kerk gaan leuk en boeiend. Ik had er veel contacten en vrienden. Ik had het dus erg naar mijn zin, maar had wel tijdens mijn studie veel vragen. ‘Klopt dit nou, is ’t waar, hoe zit het met andere geloven in de wereld?’ Kortom heel veel intellectuele- en filosofische vragen. Voor mij best heel ingrijpende vragen, dus niet ontstaan door mijn studie, maar die vragen waren er gewoon. Het maakte de studie wel heel interessant, omdat je ook zelf over allerlei zaken kunt gaan nadenken.

De keuze om uiteindelijk toch belijdenis van mijn geloof te gaan doen komt voort uit het feit dat ik voor mijzelf de vraag ging veranderen. Niet zo zeer van: ‘geloof ik alles nou precies volgens bepaalde regels’. Als je het geloof vooral ziet als het volgen van Jezus en wat Jezus ons allemaal geleerd en voor ons gedaan heeft, dan wordt het perspectief anders. Ik heb er ook geen twijfel over dat dit het meest waardevolle- en mooie leven is wat ik me kan voorstellen. Wanneer je in die geest hem wilt volgen. Die keus heb ik gemaakt. Het is voor mij de juiste keus gebleken. Dat wordt bevestigd door hetgeen ik in mijn leven meemaak. Dan is theologie wel héél erg boeiend. Je ziet heel veel achtergronden, verbanden, invloeden. Je bent bezig met de Bijbel, het ontstaan van de Bijbelse tekst, maar ook de achterliggende geloofswereld. Je krijgt inzicht in verbanden met andere culturen, het Midden-Oosten. De gang door de geschiedenis. De studie is dusdanig breed, dat ook aan vakken als psychologie en filosofie, maar ook aan geschiedenis aandacht wordt besteed. Er komt heel veel bij elkaar en dat is ongelofelijk boeiend als je daarin geïnteresseerd bent!

Werkzaam leven

Hoe kwam u terecht in de politiek? Dat is toch een heel aparte wereld…

Ja, maar zoals ik al vertelde, ik was van jongs af aan enorm geïnteresseerd in geschiedenis en politiek en geschiedenis raken elkaar natuurlijk ergens. Hetgeen in de politiek speelt wórdt als ‘t ware geschiedenis. Je ziet de geschiedenis van je eigen tijd aan je voltrekken. Ik vond politiek al vroeg interessant. Ik weet nog goed dat ik rond het begin van mijn middelbareschooltijd de krant intensief begon te lezen. Ontwikkelingen in het buitenland, maar ook de politieke discussies. Politiek behoorde dus al heel snel bij mijn belangstellingssfeer. Toen ik een jaar of 17 was ben ik bij verschillende politieke partijen langs geweest, verdiepte me in de achtergronden en heb toen ik 18 was de keus gemaakt me aan te sluiten bij het CDA.

Ook als raadslid?

Nee, dan ben je nog niet meteen raadslid. Dat is wel grappig, want ik werd in eerste instantie gevraagd toe te treden tot het bestuur van het CDA. Toen ik 21 jaar was werd me gevraagd of ik kandidaat wilde zijn voor de gemeenteraadsverkiezingen. De minimumleeftijd was destijds echter 23 jaar, dus dat kon niet. Ik kwam toen op een onverkiesbare plaats van de lijst te staan, de 10e plaats, dat weet ik nog. Vier jaar later kwam ik op een verkiesbare plaats en kwam ik in de gemeenteraad van Ridderkerk. Ik was toen met mijn studie bijna klaar en ging ook weer wonen in Ridderkerk.

Toen u 32 was werd u wethouder in Ridderkerk

Ja, overigens was ik toen ook nog raadslid. Het Dualisme (scheiding wetgevende- en uitvoerende macht) is van 2002 en ik was in 1992 dus nog zowel raadslid als wethouder.

Wat waren de portefeuilles waarmee u het meest te maken heeft gehad?

Ik heb heel veel portefeuilles gehad. Niet allemaal tegelijkertijd. Ruimtelijke ordening en ontwikkeling waren onderwerpen die in Ridderkerk heel actueel waren op dat moment. Ik denk daarbij aan het hele nieuwe centrumplan voor Ridderkerk. Dat is denk ik het leukste- en grootste project waarbij ik betrokken was. Portefeuilles als volkshuisvesting (wonen), cultuur, verkeer, mobiliteit, kortom te veel om op te noemen. Ik heb ook een periode van wat men nu noemt ‘duurzaamheid’ in mijn portefeuille gehad. In Rotterdam was ik vicevoorzitter van de Stadsregio (wonen en financiën).

Wat was uw rol in de Stadsregio Rotterdam?

Er werd gewerkt aan een nieuwe bestuursvorm. In de Stadsregio zaten Rotterdam en de 16 gemeenten daaromheen in een gemeenschappelijke regeling. Daarvoor was veel geld- en waren veel bevoegdheden beschikbaar en er werd gewerkt aan iets geheel nieuws in Nederland, het maken van een Stadsprovincie. Die bestuursvorm heeft het overigens niet gehaald.

Ik was vertegenwoordiger van de gemeente Ridderkerk. Er was een dagelijks bestuur waar ik inzat en verantwoordelijkheid had voor financiën en wonen. Burgemeester Bram Peper (geboren in Haarlem trouwens) was de voorzitter en ik was vicevoorzitter. Ik heb de burgemeester veelvuldig moeten vervangen en heb in die periode enorm veel ervaring opgedaan op tal van bestuurlijke terreinen. Ik had contact met ministeries en andere bestuurslagen. Ik zat een tijd lang in de stuurgroep van de 2e Maasvlakte. Ik dacht ik ga nooit meer zoiets leuks meemaken. Aan de ene kant de inhoudelijke betrokkenheid bij mijn woongemeente Ridderkerk en daarnaast de bestuurlijke vraagstukken van de grote regio.

Maar goed, ik was nog jong en ik dacht niet dat het reëel was te veronderstellen dit tot mijn pensioen te kunnen blijven doen. Je moet dan wel nadenken over je toekomst. Ik dacht eraan te politiek te verlaten en iets te gaan doen met geschiedenis, met wetenschap, maar wat me ook wel leuk leek was de landelijke politiek, de 2e kamer. Maar toen werd ik benaderd door de commissaris van de Koning met het verzoek te willen nadenken over het burgemeesterschap van Katwijk, want daar kwam een vacature. Hij verwachtte dat ik prima geschikt zou zijn voor het burgemeesterschap. Daar heb ik toen over nagedacht en dat leek me toch eigenlijk ook wel heel leuk. Ik heb gesolliciteerd en ik ben het ook geworden. Toen merkte ik, dit is ook een ontzettend leuke baan in een hele interessante gemeente. Zo ben ik in het burgemeesterschap gerold en heb daaraan veel plezier beleefd.

Daar kreeg u te maken met de fusie van Katwijk en Rijnsburg?

Ja, dat was toen een grote opgave. Toen ik kwam was dat nog niet aan de orde, maar daar zijn we later mee bezig geweest en zo’n fusie is een heel interessant project.

Is het niet een heel andere bestuurscultuur dan waaraan u in Ridderkerk en Rotterdam gewend was en de cultuur die u nu in Haarlem ervaart?

Vergelijk ik de cultuur van Ridderkerk, Rotterdam, Katwijk en Haarlem, dan lijkt het in bepaalde opzichten allemaal op elkaar. De basisprocessen, de politieke discussies en ook de aard van de vraagstukken lijken wel op elkaar. De cultuur is duidelijk anders. Katwijk heeft een cultuur waarin heel stevig gediscussieerd wordt, maar waar toch de neiging bestaat te zoeken naar meer consensus. Daar kon het dus gebeuren dat een van de meest beladen onderwerpen: de vraag of er wel of niet een sneltram naar de gemeente moest komen, -terwijl dat qua voor- en tegenstanders bijna half om half was-, toch maar 1 tegenstem was toen over het uiteindelijke voorstel werd gestemd.

Voor en tegenstanders proberen toch tot een gemeenschappelijk standpunt te komen. Dit gebeurt niet altijd, maar dit zit toch best een beetje in de cultuur.

Dat zie je in Haarlem niet. Daar kan ook de discussie fel en heftig zijn, maar men heeft dan minder de neiging te zoeken naar consensus. Over het algemeen bedoel ik dan. Natuurlijk bestaan ook daar uitzonderingen. In Haarlem zie je dat er een sterke gehechtheid is aan gebruiken die men heeft. In Katwijk werd er iets meer geëxperimenteerd met nieuwe vergadervormen en je ziet dat dit in Haarlem een veel lastiger traject is.

Van Katwijk wordt gedacht dat ze veel religieuzer georiënteerd zijn dan in Haarlem. 

Dat is zeker zo. In Katwijk zitten de kerken nog redelijk vol en dat kun je in Haarlem niet van alle kerken zeggen. Je ziet het ook aan de samenstelling van de gemeenteraad, want de politieke kleur is heel erg verschillend. In Katwijk hebben CDA, Christen Unie en SGP een meerderheid in de raad, terwijl de PvdA een hele kleine partij is en GroenLinks zelfs perioden niet in de raad zat. In Haarlem zijn de Christelijke partijen heel klein, de SGP bestaat hier überhaupt niet. Hier zijn andere partijen heel groot, zoals D66, GroenLinks en de PvdA.

In Ridderkerk kon u als wethouder de belangen van uw eigen partij het CDA verdedigen. Als burgemeester staat u boven de partijen. Dat moet ook een hele verandering voor u zijn geweest.

Ja, zeker! Dat is echt een ding. Dat betekent dat je ook in de discussie wat terughoudender rol hebt. Het heeft ook voordelen, want je hebt niets te maken met wat men in de raad binnen je eigen partij wel of niet vindt. Dat is voor de burgemeester totaal niet relevant, omdat voor mij alle partijen gelijk zijn. Je kunt dus ook onafhankelijker opereren, maar het betekent ook wel een zekere terughoudendheid in je rol en dat is wel een beetje wennen, maar het hoort er wel bij.

Voordat u in 2016 burgemeester van Haarlem werd ging de auto van uw voorganger in vlammen op. Was dat voor u geen belemmering om voor het burgemeesterschap in Haarlem te gaan?

Nee nee! Zo zit ik ook helemaal niet in elkaar. Ik vond het een uitdaging om naar een gemeente te gaan die een andere schaal in grootte had, een heel andere politieke kleur. Ik vind dat dit moet kunnen en dat blijkt ook te kunnen. Ik vind het ook leuk. Ik ben als persoon dezelfde en de gemeenten waar ik werkte en nu werk hebben een heel andere ‘kleur’ Wat ik aan Haarlem direct al fantastisch vond was het historische karakter. Iedere dag dat ik hier kom geniet ik weer van het Haarlemse. Dan komt weer het aspect geschiedenis naar boven? Ja, ik geniet van de stad en ben dankbaar en blij dat ik hier mag werken.

Ten aanzien geweld en van de auto van de heer Schneiders…Dat heeft op mij niet erg veel invloed. Ik vind dat het werk wat ik doe gedaan moet worden en dat op geen enkele manier aan bedreiging of geweld mag worden toegegeven.U werd door alles wat u recent meemaakte ook BN-ner. Hoe gaat u daarmee om en hoe gaat uw gezin daarmee om?

Veel mensen vinden het schokkend wat gebeurd is en vragen me of ik bang ben, maar daar heb ik gewoon geen last van. Het maakt mij meer vastbesloten. Ik vind het echt ontoelaatbaar dat mensen met intimidatie of geweld hun zin proberen te krijgen over welk onderwerp danook. Het is gewoon niet hoe het moet gaan. Ik voel me ongelofelijk gemotiveerd om mijn verantwoordelijkheid te nemen en ik laat me er niet door beïnvloeden. Het is wel lastig en voor je gezin is het ook best wel ingrijpend, als je niet meer in je eigen huis kunt wonen en echt constant wordt beveiligd door een flink aantal mensen. Je moet naar een ‘safe house’. Daar was ik alleen. Dat heeft natuurlijk repercussies en dat is niet leuk. Maar -en dat moet ik ook zeggen- er zit ook een andere kant aan. Ik heb ongelofelijk veel medeleven, betrokkenheid en steun gekregen vanuit de Haarlemse bevolking en ook van buiten Haarlem en dat doet absoluut goed. Bijvoorbeeld de samenkomst op de Grote Markt? Zeker, zeker! Het geeft me ook vertrouwen dat ook de bevolking zegt: ‘Wij willen gewoon niet een samenleving waarin dit soort krachten zich breed kunnen maken. Dus burgemeester, wij steunen u’ Ik vond dat ontzettend fijn en in persoonlijke zin is dat ook prettig om die reacties te ontvangen en de sympathieën en steun te ervaren.

Als het gaat om de aandacht van de pers, dat heeft ook wel iets leuks en ik vond het functioneel omdat het vooral ook iets duidelijk moest maken van: ‘deze vorm van intimidatie gaat op geen enkele manier iets uitwerken’ Dat wilde ik graag uitstralen en daar heb ik uitgebreid gelegenheid voor gehad.

Heeft u het gevoel dat intimidatie toeneemt, ook naar raadsleden bijvoorbeeld?

Ik denk als je naar de langere termijn kijkt is het misschien wel wat sterker geworden, maar het bestaat al veel langer. Toen ik wethouder was in Ridderkerk had je soms te maken met mensen die dreigden. Je kunt te maken krijgen met geweld. Er bestaan risico’s. Ik denk wel dat het in de samenleving als geheel verhardt. Verwarde personen en boze burgers is iets wat al veel langer bestond. Maar dat criminelen denken iets te kunnen bereiken met dreiging of daadwerkelijk geweld tegenover overheidspersonen, burgers, advocaten, rechters is wel een relatief nieuwe ontwikkeling, een zeer zorgelijke ontwikkeling.

Vaak ook drugs gerelateerd.

Ja, criminaliteit waar veel geld omgaat. Kennelijk is ook een infrastructuur gegroeid waarbij sommige mensen voor geld bereid zijn om anderen te liquideren. Dat is verschrikkelijk en wij moeten onze uiterste best doen die infrastructuur ook weer proberen tegen te gaan. Dat is niet alleen een kwestie van opsporing en strenger straffen. Dat is de ene kant. De andere kant is: Hoe kunnen wij in wijken met veel sociale problematiek proberen zo actief te zijn, dat we proberen te voorkomen dat jongeren in zo’n vorm van criminaliteit terecht komen en afglijden naar steeds verwerpelijker vormen van criminaliteit.

Stel dat u als minister- president van Nederland m.b.t. 1 onderwerp het beleid zou mogen bepalen, waar zou u dan voor kiezen?

Nou, (we lachen) wij leven in een democratische samenleving en de minister-president van Nederland heeft ook niet de ruimte om even te bepalen wat moet gebeuren.

Nee maar het is ook een ‘stel dat’ vraag…

Ja dat begrijp ik, maar ik denk toch aan een minister-president die te maken heeft met de 2e kamer. Maar wat ik wel heel erg wezenlijk vind dat je als overheid probeert de menselijke maat in je beleid vast te houden. Ik vind dat wij nu in de bureaucratisering en in de systeemwereld die wij maken, bijvoorbeeld rond de gezondheidzorg, de zorg in zijn algemeenheid -sociale voorzieningen en dergelijke- oog moeten houden voor de menselijke kant.

De regels die worden zo zwaar en bureaucratisch dat je jezelf kunt afvragen, hebben we nog wel door wat daarachter aan menselijke zorg en menselijke problemen schuilt.

Ik ben niet van de school ‘de overheid moet alles maar oplossen’ Ik denk dat kán de overheid niet principieel en ik denk ook niet dat het goed is, want mensen hebben ook een heel belangrijke eigen verantwoordelijkheid en de samenleving heeft ook een verantwoordelijkheid. Maar de overheid moet wel nadenken, hoe kunnen we wat we doen aan de ene kant efficiënt doen, maar aan de andere kant met oog voor de maatschappelijke problematiek en de persoonlijke problemen. Ik zou zeggen dat het voor de landelijke overheid echt een taak en opdracht is goed na te denken. Hoe kunnen wij in de ordening van de samenleving proberen de zorg voor elkaar belangrijker te maken dan een zo efficiënt mogelijk systeem. -ik denk daarbij aan mensen die in de knel zitten helpen-

Ik merk dat er toch veel mensen zijn die tussen de raderen van de noem het maar bureaucratische vormen verloren dreigen te gaan, hoewel wij een geweldige samenleving hebben die over het algemeen ook goed functioneert. Dat vind ik zorgelijk en daar moet je over nadenken.

Dan kom ik ook bij het lokaal bestuur. Ik vind het zorgwekkend dat de hoeveelheid geld die beschikbaar is voor extra taken die de gemeente hebben gekregen tekortschiet. Daardoor krijg je ook dat het systeem heel erg ‘kraakt’ Ik denk dat het goed zou zijn dat nog eens goed te doordenken: ‘doen wij dat wel goed?’ Ik zou een heleboel andere dingen kunnen noemen, over immigratiepolitiek, migratieproblematiek, dat zijn grote vraagstukken van deze tijd waarvan ik vind dat we die niet altijd goed aanpakken. Maar ik zit hier in Haarlem en dat bevalt me heel erg goed, dus ik doe mijn best om hier in Haarlem mijn steentje bij te dragen.

Heeft u ook nog ambitie om burgemeester van een grotere gemeente te worden. Haarlem de 12e in de rij en bijvoorbeeld Den Haag 3e. Zou dat iets voor u zijn?

Nou daar ben ik op dit moment niet mee bezig en eerlijk gezegd, zo heb ik altijd gefunctioneerd, niet constant denken kan en wil ik nog wat anders, maar meer van hoe kan ik wat ik doe en met plezier doe zo goed mogelijk doen. Soms komt er iets voorbij van hé dat is de moeite waard, dat is een nieuwe uitdaging. Ik vind de politiek in z’n algemeenheid, het besturen heel interessant. Eigenlijk is misschien wel mijn probleem dat ik zoveel dingen interessant vind. Soms denk ik ook het is leuk om te gaan schrijven. Ik ben ook bij internationaal werk betroken van de Raad van Europa. Over democratie op lokaal niveau in verschillende landen, daar hoort ook Rusland bij, Turkije en voormalige Sovjetlanden. Kortom ik geniet enorm van het werk wat ik mag doen en dat hoop ik ook nog een tijd te mogen blijven doen.

Tot slot, wilt u de Haarlemmers nog iets meegeven?

Nou, wat ik leuk vind en dat merk ik ook, Haarlemmers zijn best kritisch, maar ze houden ongelofelijk van hun stad en ze zij er heel erg trots op. Dat moeten we vasthouden! Haarlem is een geweldige stad en laten we met elkaar ons best doen dat zo te houden.

 

 

Reacties