KENNEMERLAND / IJMOND - Werkenden en werkzoekenden krijgen te maken met een
arbeidsmarkt die verandert en tijdelijk minder groeikansen biedt. Hoewel de
arbeidsmarkt structureel krap blijft, valt de banengroei terug als de
energieprijzen lange tijd hoog blijven, zo blijkt uit de arbeidsmarktprognose
2026-2028 van UWV. Als de energieprijzen langere tijd hoog uitvallen zijn er
tot en met 2028 landelijk ongeveer 75.000 minder banen bijgekomen dan wanneer
energieprijzen eerder dalen.
Geopolitieke spanningen en hoge energieprijzen doet pijn
in sommige sectoren
De wereld verandert snel en dat beïnvloedt de Nederlandse
arbeidsmarkt. Op korte termijn zorgen de stijgende energieprijzen voor veel
economische onzekerheid. Nederland blijft afhankelijk van andere landen voor
grondstoffen en (digitale) technologieën. Daarnaast leiden de tarieven vanuit
de Verenigde Staten, handelsspanningen en de oorlogen in het Midden-Oosten en
Oekraïne tot algemene prijsstijgingen en consumptiedalingen. Daardoor daalt de
vraag naar arbeid. Bij langdurig hoge (energie)prijzen valt de banengroei
mogelijk zelfs stil. Arbeidsmarktdeskundige Bedia Can ziet voor de komende
jaren grote verschillen tussen sectoren: ‘’De sectoren vervoer, industrie en
uitzendbranche worden het hardste geraakt door de hogere energieprijzen en
economische onzekerheid. Tegelijkertijd zorgen structurele ontwikkelingen zoals
de opkomst van AI en de vergrijzing voor verschuivingen: er ontstaan meer banen
in onder meer de zorg en ICT.’’
Regionale verschillen
Tussen regio’s zijn verschillen te zien in de
baanontwikkeling. In Zuid-Kennemerland en IJmond daalt de werkgelegenheid in de
detailhandel, die sterk is vertegenwoordigd in de Zuid-Kennemerland en IJmond.
De industrie, die sterk is vertegenwoordigd door bijvoorbeeld Tata Steel, daalt
licht (0,2%). Ook in de groothandel, transport, financiële dienstverlening en
de landbouw neemt het aantal banen af. Deze sectoren zijn minder
vertegenwoordigd in Zuid-Kennemerland en IJmond. Groei is vooral te vinden in
sectoren als zorg & welzijn, specialistische zakelijke diensten en horeca.
Veel van de groeisectoren zijn in Zuid-Kennemerland en IJmond
oververtegenwoordigd. De regio profiteert dan ook meer van deze groeisectoren
dan veel andere arbeidsmarktregio’s. Ook de ICT en het openbaar bestuur laten
een groei zien, maar deze sectoren zijn minder vertegenwoordigd in
Zuid-Kennemerland en IJmond.
In de drie regio’s in Noordelijk Noord-Holland valt de
banengroei tijdelijk nagenoeg stil zolang de energieprijzen hoog blijven. Ook
als de oorlog in het Midden-Oosten snel eindigt en de energieprijzen op korte
termijn dalen naar het niveau van februari 2026, neemt het groeitempo van de
werkgelegenheid de komende jaren af. In dit scenario groeit de werkgelegenheid
in de periode 2025-2028 naar verwachting met 3.700 banen (+1%) in Noord-Holland
Noord, 2.800 banen (+1,3%) in Zuid-Kennemerland en IJmond en met 2.300 banen
(+1,4%) in Zaanstreek/Waterland.
Meer zelfstandigen gaan terug in loondienst
De komende jaren vindt een verdere verschuiving plaats van
zelfstandigen naar werknemers. De volledige hervatting van handhaving op
schijnzelfstandigheid vanaf 1 januari 2025 door de Belastingdienst heeft een
ontmoedigend effect op zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers). Het aandeel
zelfstandigen is op de arbeidsmarkt is gedaald. Het grootste deel is aan het
werk gegaan als werknemer, maar een deel is van de arbeidsmarkt verdwenen. Naar
verwachting zet deze verschuiving de komende jaren door.
In de periode 2025-2028 neemt het aantal banen van
zelfstandigen in Noord-Holland Noord af met 1.000 en komt uit op 97.000. In
Zuid-Kennemerland en IJmond is de verwachting dat het aantal zelfstandigen
afneemt met 400 en uitkomt op 56.300. In Zaanstreek/Waterland wordt een afname
verwacht van 500. Daar komt het aantal zelfstandigen uit op 51.600.
Leren en ontwikkelen belangrijk om aan te sluiten op
veranderende arbeidsmarkt
De economische omstandigheden zorgen voor een dalende vraag
naar arbeid. Bij langdurig hoge (energie)prijzen valt de banengroei mogelijk
zelfs stil. De arbeidsmarkt blijft op lange termijn krap en vraagt om
wendbaarheid: er is een goed opgeleide beroepsbevolking nodig, die duurzaam aan
het werk is en flexibel om kan gaan met veranderingen. Het is daarom essentieel
dat werkgevers, werknemers en de overheid investeren in de ontwikkeling van
werknemers zodat hun kennis en vaardigheden blijven aansluiten bij de snel
veranderende eisen van de arbeidsmarkt.